Daar stap je in de volle tram

Ik zit al bij 't raam


Jij groet mij met benepen stem

Ik voel dat jij je schaamt

Regen, ruiten, wanhoop

Zo ongenadig dicht bij

Tramlijn, stilte, Liefste

Jij kijkt voortdurend naar mij



De tram stopt bij de Westerkerk

De binnenstad ziet grauw

En jij stapt uit, o-zo mooi en sterk

Daar ga je naar je vrouw

Regen, ruiten, zomer

Zo onberijkbaar ver weg

Tramlijn, stilte, Liefste

Wat wil je dan dat ik zeg



Ik sta te trillen als jij mij ziet staan

Jij geeft mij vleugels, maakt de kachel aan

Jij hebt de ogen waar ik in verdwaal

Jij maakt mij dronken met jouw lichaamstaal



Ik zie je

Ik hoor je

Daar ga je



Pak toch je koffers, ga bij haar vandaan

Laten we samen naar het Zuiden gaan

Neem toch de benen, want dan zijn we vrij

Maar jij gaat naar huis, en daar blijft 't bij

Комментарии